donderdag 3 november 2016

De religie van fiscale slaven

Regelmatig krijg ik de vraag of ik voor Trump dan wel voor Clinton zou kiezen, mocht ik stemrecht hebben in de Amerikaanse presidentsverkiezingen. Tja. Wat antwoord je daarop, vooral als je sowieso al niet meer gelooft in democratie. Of preciezer: niet meer gelooft in de modernistische perversie daarvan. Om mezelf de moeite te besparen nog maar eens dezelfde discussie te moeten hebben zeg ik dan gewoon “Ik weet het niet”.

Ik bekijk het dus vanop afstand, die verkiezingsgekte. Met de klassieke vorm van democratie heeft deze hele show van hypocrisie alvast niets meer te maken. En nee, begin mij geen uiteenzetting over de betekenis van “demos” en “kratein” en de Trias Politica van Monteqieu. Been there, done that. Democratie, voor mij, dat is het recht een politicus WEG te stemmen. Zijn naam op een papiertje, en de urne in. Komt die naam teveel voor? Maak dat je wegkomt! Ostracisme dus.

Vandaag echter, is de toestand zo geperverteerd geraakt, dat we niet eens meer kiezen wie weg moet, maar integendeel wie ons in de komende vier jaar mag bestelen. Want bekijk het maar: of het nu links is dat aan de macht komt, of rechts, beiden delen ze de premisse dat het legitiem is om het grootste deel van onze noeste arbeid aan te slaan, en dit in het “algemeen belang” (lees: het redden van banken). Mij zal het worst wezen: of ik nu fiscaal geslagen word met een zweep van leer of van lianen, veel verschil maakt het principieel niet uit.

Waarover zijn we dus eigenlijk bezig? Over het geloof dat etatisme heet. De staat is God geworden: omnipotent (kan u ten allen tijde vernietigen) en omniscient (weet zowat alles over u). De verering ervan gebeurt via een wekelijks ritueel dat de pers “debat” durft te noemen (het gaat in feite over niets) en zo nu en dan is ook er eens een “hoogdag” (verkiezingen) zodat wij ons geloof wat kunnen sterken: “Dit keer verandert het echt!”

Het zou grappig zijn, mocht het niet zo tragisch zijn. Ongelovigen, namelijk, die zijn niet louter spreekwoordelijk ketters. Hebben die enige maatschappelijke positie verworven binnen de slavenplantage, dan worden die vroeg of laat door de hogepriesters van dit geloof – de academici – als "on-democratisch" gebrandmerkt, waarna de beulen van het regime – onze journalisten – hun karaktermoord mogen plegen: wie het degoutante spel niet meespeelt wordt zélf sociaal uitgesloten.

En zo komt het dat de verkiezing van ’s werelds belangrijkste politicus finaal eigenlijk een non-event is. Als het Trump wordt, dan wordt de oorlog met Rusland misschien net iets langer uitgesteld. Maar finaal zal de POTUS toch in het rijtje moeten lopen van de false flags die voor hem worden gecreëerd. Sinds Kennedy kan ik mij geen enkele president meer bedenken die nog echt de macht had om zaken ten gronde te veranderen. En we weten allemaal wat met hém gebeurd is ...

Ben ik er cynisch van geworden? Zeer zeker niet. Als er één regio was ter wereld is waar de democratie eventjes in alle waarachtigheid opleefde, dan waren het de Lage Landen wel. In 1581 verklaarden we Filips II, toen zo maar eventjes de machtigste man ter wereld, "vervallen van de macht”. Misschien moeten we maar eens een nieuw “Plakkaet van Verlaetinghe” in elkaar knutselen. Het is maar een bedenking.

Uw ketter,

Brecht.

dinsdag 1 november 2016

Waarom Halloween des duivels is.


Het christelijke feest van Allerzielen is de dag waarop we onze doden herdenken. De mensen die ons op onze reis tussen twee oneindigheden hebben bijgestaan, geholpen, geïnspireerd. Het wordt voorafgegaan door het feest van Allerheiligen, waarop we mensen herdenken die groter waren dan het leven zelf, en die in feite niet dood zijn. Sint Thomas van Aquino bijvoorbeeld, de mastodont waarop onze christelijke cultuur is gebouwd, leeft tot op vandaag voort in de wijze waarop wij in het leven staan.

Ik zeg wel degelijk christelijke, en dit zonder schaamte, omdat het een leugen is dat de Europese cultuur “Westers” zou zijn. Dat is ze na jarenlange blootstelling aan platte, materialistische Amerikanisering jammer genoeg geworden. Terwijl ik op school werd aangeleerd dat we dankbaar mochten zijn dat de Amerikanen ons zijn komen redden van die o zo verschrikkelijke Duitsers, is het pas veel later – op 29-jarige leeftijd om precies te zijn – dat ik bij monetair historicus Anthony Sutton de waarheid las: beide het communisme (1917) en het fascisme (1933) zijn vanuit het Amerikaanse Wall Street gefinancierd.

Dus: de Amerikanen dankbaar zijn? Men heeft mij belogen.
Mij identificeren als Westerling? Wat een grap.
Halloween vieren? Ga toch fietsen man.

Wat is dan de agenda die hier mogelijks achter zit? Zeer eenvoudig: het de-spiritualiseren of dommer maken van de Europese bevolkingen, zodat ze gemakkelijker fiscaal uit te buiten zijn. Wie mij niet gelooft, die moet het boek van Charlotte Yserbyt maar eens lezen: "Deliberately Dumbing Down". Jarenlang werkte zij voor het Departement of Education in de VS en kon zij maar niet begrijpen hoe het degelijk onderwijs dat zij zelf had gekregen in minder dan één generatie verworden was tot pulp. Tot ze de finale conclusie wel moést trekken: dit is georganiseerde dom-makerij.

Hetzelfde is nu met Europa aan het gebeuren. Wat de eigenaars van de EUSSR willen is mensen die slim genoeg zijn om hun arbeidstaak te vervullen – het katoen moet nu eenmaal geplukt worden – maar te dom om in te zien dat de opbrengst van hun arbeid gebruikt wordt om hen verder fiscaal uit te zuigen, en vooral: NOG dommer te maken. Wie zich dus afvraagt waarom er nog geen front van ondernemers is opgestaan om de fiscale repressie die ons te beurt valt aan te klagen, die snapt niet hoe moderne slavernij in elkaar zit.

Véél effectiever dan expliciete repressie met de matrak, namelijk, is impliciete repressie, de repressie van de cultuur, het denken. Als je de fiscale slaaf zo dom kunt maken dat hij niet eens de juiste vragen meer kan stellen, dan hoef je als eigenaar van de belastingplantage niet in te zitten met het formuleren van een zinnig antwoord. Of, om het met Maarschalk Haigh’s woorden te zeggen: “Let them march in the streets all they want, as long as they continue to pay their taxes”. 

Wat heeft Halloween daarmee te maken, zult u vragen? Wel, is dat niet evident? Repressie plegen op het denken kan nooit frontaal. Dat zou veel te veel opvallen. Wil je een bewuste bevolking dom maken, dan moet je dat doen via vele kleine, zijdelingse, geniepige aanvallen, iets wat bekend staat als "Fabian Tactics", genoemd naar de veldheer Fabian, die het leger van Hannibal via vele kleine aanvallen wist te demoraliseren.

Het degraderen van een spirituele hoogdag zoals Allerheiligen tot een commercieel feest zoals Halloween is daar maar één tactiek van: ook de hele hetze rond Zwarte Piet, het vervangen van "Paasvakantie" door "Lentevakantie", de politiek correcte kerstversieringen te Brussel, het gamma is uitgebreid. Inzake Allerheiligen en Allerzielen is de georganiseerdheid van deze hele culturele oorlog echter het duidelijkst: in plaats van eens stil te staan bij ons leven worden we nog maar eens richting de commercie gedreven, wat onze broze illusie van vrijheid in stand moet houden.

We hebben het hier toch goed?
Waarom ben je zo negatief?
We kunnen toch kopen wat we willen?

Ja, ... op krediet.

Welnu, niet met mij. Het wordt tijd dat we weer meester worden van onze energie, eerder dan slaaf van onze materie. En het is in stille contemplatie (mag dat, één keer?) dat men de waarheid vindt, niet in het schreeuwen van luidruchtige idioten met bebloede gezichten, moordwapens en afgehakte ledematen. Het najaar is een periode van stille ingetogenheid, de meest contemplatieve tijd van het jaar. Stel je maar eens voor, zodoende, dat men in die isolatie plots gaat beseffen dat men eigenlijk helemaal niet vrij is?

Wie denkt dat de promotie van Halloween ten nadele van het Christelijke feest toevallig gebeurt beseft niet dat we midden in een culturele oorlog van jewelste zitten. 

De Tjechische dissident Milan Hübl verwoordde het nog het best toen hij zei: “Om volkeren te elimineren start men eerst met het wegnemen van hun geheugen. Men vernietigt hun boeken, cultuur en geschiedenis. Daarna schrijft het systeem andere boeken voor hen, en geeft hen een andere geschiedenis. Traag maar zeker beginnen mensen te vergeten wie ze zijn en waar ze vandaan komen. En de wereld rondom hen vergeet het nog sneller”

Pas dit toe op de hetze rond Zwarte Piet, en u snapt waarom ik dit jaar wél weer mijn schoen zet.

God zegene en beware u,

Brecht.

Referenties

Anthony Sutton: "Wall Street and the Bolshevik Revolution"
Anthony Sutton: "Wall Street and the Rise of Hitler"
Charlotte Yserbyt: "Deliberately Dumbing Down"
Fabian Tactics: "The fabian society exposed"
Milan Hubl, geciteerd in Milan Kundera's "The book of laughter and forgetting"

vrijdag 18 april 2014

Madrid, 4th of July 2012. Question for Mr. Paul Krugman


Madrid, 4th of July 2012. Question for Mr. Paul Krugman: "You seem to focus on the question what macro-economic policy we need to get out of the crisis, but you do not adress the more fundamental question what policies have lead us here. If you would do so, I think you would have to conclude that it was Keynesian policies - creating inflation to combat unemployment - who got us in this mess in the first place. Why do you think the measures you propose will have a different effect this time?

Nervous answer: "All data point in that direction".

My reply: "But surely, Mr. Krugman, you must know that the way in which data is validated as evidence is subject to a certain methodological theory too. I am sure you are familiar with the critique of the Austrian School of Economics, which claims that the cardinal data required for Keynesian equilibrium calculus can only be generated in a free market, in which only ordinal valuations take place, rendering the whole theory of aggregate demand as a tool of government intervention and central planning useless. How do you defend your methodological assumptions about economic reality?"

Annoyed answer: "Excuse me. I promised to be home for dinner".

Paul Krugman, Nobel Prize Winner 2008.

maandag 19 november 2012

De VRT-censuur en het geval-Vranckx.

Beste lezers,

Sinds enige tijd is Rudi Vranckx het gezicht van de verslaggeving in het Midden-Oosten. Via programma's als "De Revolutieroute" en "In het spoor van Rudi Vranckx" wordt de burger geïnformeerd over de conflicten in die regio. Omdat ik echter al geruime tijd ervaar dat het nieuws uit die regio bijzonder eenzijdig wordt gebracht, ging ik de FB-pagina's van beide programma's een tijd geleden wat meer van nabij gaan volgen, en in sommige gevallen - wanneer het namelijk te gortig wordt - zelf reageren.

Onlangs zag ik in de melding dat de woning van een Hamas-leider gebombardeerd was, en hoe erg dat wel niet was, opnieuw aanleiding om de volgers van de desbetreffende pagina wat duiding bij te brengen over het conflict, duiding die de VRT zelf niet geeft, omdat, terwijl het persoonlijke leed van de familie van de Hamas-leider in geuren en in kleuren gebracht wordt, de VRT het niet nodig vindt om met dezelfde empathie over de vele Israëlische families te berichten die hetzelfde ondergaan. Eén van de laatste slachtoffers (we schrijven 19 nov.) is overigens een ongeboren baby in de buik van een 25-jarige Israëlische vrouw die omkwam toen een Hamas-raket op haar neerkwam. Geen woord hierover in de Vlaamse pers, maar wel een foto van een dood Palestijns kind vol bloed op de cover van de kranten. Om u maar te zeggen ...

Ik reageerde dus, en dat werd mij niet in dank afgenomen. Sinds vanmorgen kan ik niet meer deelnemen aan de discussie die aan de gang was op de pagina van Vranckx, en dit zonder enige verwittiging of vermelding van de reden waarom. Daarop stuurde ik Vranckx onderstaande mail:

Geachte heer Vranckx,

Graag had ik vernomen waarom mijn commentaren op de foto van het bombardement op de residentie van de Hamas-leider en de familie-Dalou verwijderd zijn geworden, en ik persoonlijk geblokkeerd werd van uw pagina. Naar mijn mening heb ik geen beledigingen geuit, geen verdachtmakingen gemaakt, en geen agressieve toon aangenomen. Ik heb u er enkel op gewezen eenzijdig te berichten. U focust op het leed van de Palestijnen, maar u rept met geen woord over de causaliteit van dat conflict, die naar mijn mening - maar dat is slechts mijn mening - te zoeken is in de onwil van de Palestijnen om de staat Israël te erkennen, daar waar Israël zich in het verleden wél bereid getoond heeft om een Palestijnse staat te erkennen.

Los van mijn visie in deze, lijkt het mij tot de essentie van kwalitatieve journalistiek te behoren dat men feiten rapporteert, en geen meningen. U heeft natuurlijk recht op uw eigen mening, maar nergens merk ik een scheiding tussen die twee. Indien de FB-pagina enkel maar dient om uw gekleurde visie op het conflict mee te geven, dan is dat uw goed recht, maar dan kunt u niet langer claimen dat u journalistiek werk doet. Het rapporteren van meningen, terwijl men die voorstelt als feiten, lijkt mij de essentie te zijn van propagandistische verslaggeving. Graag had ik vernomen wat uw visie is in deze.

Aangezien ik dit bericht niet meer kan sturen naar de FB-pagina van de redactie, noch naar uw persoonlijk profiel, doe ik het dus maar via deze weg. Ik denk niet dat ik u daarmee schade berokken, maar ik wil wel weten waarom valide tegenargumenten op de VRT-versie van de feiten verwijderd moeten worden, terwijl het geweeklaag van mensen die meevoelen met de Palestijnen (waar ik mezelf trouwens toe reken, hetgeen niet wegneemt dat ik vind dat Israël gelijk heeft) wel mag blijven staan, ja zelfs aangemoedigd wordt.

Ik kijk uit naar uw antwoord, en uw journalistiek oordeel in deze.

Brecht Arnaert.

Tot op heden heb ik daar nog geen antwoord mogen op ontvangen. Ik stuurde mijn mail ook door naar Joods Actueel, die het vervolgens op zijn webstek postte. Daarop is blijkbaar contact opgenomen door de VRT-nieuwsdienst met JA, met de melding dat mijn bericht "volstrekt onjuist" was. Blufpoker natuurlijk, want ik weet wel degelijk wat ik zeg: Rudi Vranckx heeft mij geblokkeerd, en dus in de onmogelijkheid gesteld om deel te nemen aan een debat dat hij zelf geïnitieerd heeft. En dit is niet de eerste keer. Hieronder geef ik u het relaas van de feiten, zodat u zelf kunt oordelen. Hoe journalistiek dus zou moeten zijn eigenlijk. Mijn eigen mening, die ik als burgerjournalist mag hebben, komt in de conclusie. Scheiden van feiten en meningen. Rudi: watch, and learn.

1. 18 november 2012. Rudi Vranckx deelt een foto van de publieke pagina van "In het spoor van ..." op zijn persoonlijke FB-pagina:



2. Ik reageer, omdat ik het raar vind dat blijkbaar enkel pro-Palestijnse reacties hun weg vinden naar zijn pagina:




3. Vranckx (of een medewerker?) reageert op zijn beurt:




De heer Vranckx kan dus niet ontkennen dat hij, of tenminste iemand van de redactie mijn reacties ooit gezien heeft/hebben. Ik maakte hier een printscreen van, omdat ik vrijwel zeker wist dat ik gecensureerd zou worden omwille van mijn claim dat hij mij al eens eerder blokkeerde. Nochtans heb ik daar ook bewijzen van:

3A - De, naar mijn mening tendentieuze post van Rudi Vranckx op zijn persoonlijke pagina, op 4 september 2012 over de zogezegd "fundamentalistische christenen". Hij zegt er niet letterlijk bij dat hij de christenen in het Midden-Oosten bedoelt, maar hij suggereert wel dat het Islamitisch fundamentalisme en christelijk fundamentalisme in Egypte van dezelfde orde zijn. Mijn reactie is ernaar:
















































3B - Rudi Vranckx reageert met, nogmaals, naar mijn mening, zoutloze "tegenargumenten", als zou hij enkel gedoeld hebben op de fundamentalistische Bible Belters in de VS, en niet willen insinueren hebben dat hij het leed van de christenen in het Midden-Oosten minimaliseert. Hij trekt mijn analyse vervolgens in twijfel - iets waarvan ik jammer genoeg geen screenshot gemaakt heb wegens te weinig interessant - waarop ik mijn standpunt wat beter toelicht, en verwijs naar het - overigens uitstekende, maar eveneens doodgezwegen - boek van Wim en Sam Van Rooy, waarin verschillende vooraanstaande Arabisten en Islamkenners de analyse maken dat volgens de essentie van de Islamitische leer geweld en verovering de norm is, terwijl dat bij het christendom, eveneens volgens de essentie van die leer, de afwijking. Ik schrijf dus:






















3C - Vranckx reageert onmiddelijk. Ik ben, hoe kon het ook anders, "islamofoob":






































"Poisoning the source" heet dit. Zelfs al is Sam Van Rooy een islamhater - wat ik betwijfel - dan nog invalideert dat zijn argumenten niet. Zelfs al was Hitler een vegetariër, het invalideert het vegetarisme nog niet. Ziet u? Maar journalisten, die volgens onderzoek van Els De Bens, prof. aan de Ugent alvast in 1999 nog voor 80 % rood of groen stemden moeten zich namelijk niet bekwamen in de logica, en dus staan zij boven de klassieke denkfouten waar andere mensen dus wel beschaamd voor moeten zijn. Wat er ook van zij: het toont maar hoe sterk de drang is om etiketten te plakken ("islamofoob", "seksist", "neoliberaal", "rascist", "klimaatnegationist") om toch maar niet de argumenten van de tegenstander ernstig te moeten nemen.      

Mocht u overigens het boek van vader en zoon Van Rooy willen lezen, koop het dan hier. Het is in zijn vierde of vijfde druk, en het is wat ik catalogeer als "een deprimerende aanrader". Overigens, over de analyse die in het boek gemaakt wordt valt wel nog één en ander te zeggen, maar daarover gaat het in dit bestek nu even niet. Wat nu aan de orde is, is de algemene desk opinion in de media, en meer specifiek de manier waarop de heer Vranckx omgaat met lezers die zijn mening niet delen. En dat is zo:

3D - Rudi Vranckx verwijdert zonder boe of ba al mijn berichten. Ik maak daarvan melding in mijn FB-status, en omdat hij inderdaad enkel mijn berichten verwijderd heeft, maar mij als persoon nog niet uit zijn FB heeft verwijderd, verschijnt mijn bericht inzake zijn censuur in zijn stream. Het stond er niet lang, en dus nam ik voor alle zekerheid maar een screenshot, waaruit duidelijk blijkt dat Vranckx op dat moment nog in mijn kennissenkring zat:



4 - Terug van 4 september naar 18 november 2012. Omdat ik het niet kan laten, begin ik een debat met de aanwezigen, om hen aan te tonen dat de berichtgeving van Vranckx eenzijdig is. Vranckx zelf lijkt afwezig. Hij komt in ieder geval niet meer tussen:


Met mijn excuses overigens voor het taalfoutje: "haat" moet natuurlijk "haatte" zijn. Al is de tegenwoordige tijd in dit geval wel degelijk toepasselijk ...

5 - Het debat gaat door. Ik leg het geduld aan de dag om zelfs op de meest sloganeske tussenkomsten te reageren. Nergens scheld ik mensen uit, nergens maak ik iemand verdacht, nergens sla ik een agressieve toon aan:



6 - En dan plots, deze morgen: geblokkeerd. Ik wil de pagina van Rudi Vranckx bezoeken (bemerk de URL), om te zien hoe het debat dat er zich gisteren afspeelde nog verder verlopen was, maar die pagina is voor mij onbereikbaar geworden. Vranckx heeft mij uitgesloten, en heel waarschijnlijk zijn mijn reacties ook deze keer weer verwijderd, al kan ik dat niet controleren, aangezien ik dus de pagina niet meer kan bekijken. In die zin is mijn e-mail aan de heer Vranckx op dat punt niet helemaal sluitend, want ik zeg dat hij mijn reacties verwijderd heeft, terwijl ik dat niet kan controleren. Maar dat ik geblokkeerd ben geworden staat dus wel als een paal boven water, wat ik ook in de mail beweer, maar wat volgens de VRT niet kan kloppen, gezien mijn bewering dat mijn mail "volstrekt onjuist" zou zijn. Quod non. De pagina van Vranckx, gisteren nog bereikbaar, vandaag niet meer:




Mocht iemand met een profiel dat nog niet geblokkeerd is mij kunnen vertellen of mijn reacties er nog staan, graag. Maar in feite doet het er niet zo heel erg toe. Het feit dat ik als criticus van deze vooringenomen verslaggeving op deze manier uitgesloten word van het debat, is op zijn zachtst gezegd ondemocratisch te noemen. Mocht het gaan om een private nieuwszender dan zou ik dit nog kunnen begrijpen. Maar het gaat hier om de publieke zender, die werkt met gemeenschapsgeld, en die tegelijkertijd de mening van een bepaalde bevolkingsgroep - namelijk zij die niet akkoord gaan met de VRT-versie van de feiten - uitsluit. 

Belangrijke nuance ...

... die echter niet veel aan de essentie verandert: 

Het debat ging door op de persoonlijke pagina van Vranckx, en niet op de pagina van de redactie van "In het spoor van ...". Het is dus niet de redactie die mij uitgesloten heeft, maar Rudi Vranckx zelf, wat tot de conclusie zou kunnen leiden dat alvast de VRT-redactie "as such" lezersreacties niet censureert. Maar aangezien de heer Vranckx door de VRT als het gezicht van de reportagereeks wordt uitgespeeld, en Vranckx op de pagina ook steeds bericht over hoe hecht die redactie wel niet samenwerkt, mag ik redelijk aannemen dat mijn reacties, indien gepost op deze redactiepagina, eveneens verwijderd zouden zijn geworden. Dat is trouwens wat er gebeurd is op 4 september 2012, wat een duidelijk geval van censuur is die op dat moment wel degelijk door de redactie, en niet louter door Vranckx, gepleegd is. 

Wat het tegenargument dus ook is, men kan zich noch achter de redactie, noch achter de persoonlijke verantwoordelijkheid van Vranckx verschuilen. In beide gevallen is er sprake van het verhinderen dat ik mijn mening uit, daar waar de meningsuiting van anderen, die de visie van Vranckx/de redactie toevallig wel delen, toegelaten worden. Ik ben de laatste om te zaniken over private discriminatie - net zoals Prof. Dr. Matthias Storme vind ik dat een fundamenteel recht - maar wanneer een overheid, bij monde van een als ambtenaar betaalde journalist mij discrimineert, dan steiger ik wel. Het is overigens ook om die reden dat ik een libertaire Vlaams-nationalist geworden ben: de overheid kan onmogelijk niet discrimineren, en in onze toekomstige republiek zie ik onder andere om die reden liefst zo weinig mogelijk staat. Maar ook dat is een andere discussie.

Conclusie: 

Tot twee maal toe heeft Rudi Vranckx (en/of de redactie van het programma waar hij voor werkt) mijn inhoudelijke opmerkingen onmogelijk gemaakt, een eerste keer door mij uit te sluiten van de pagina van de Revolutieroute, op de gratuite beschuldiging van islamofobie, en een tweede keer door mij uit te sluiten van zijn persoonlijke pagina, en dit zonder enige verwittiging. Als de VRT dus een communicatiestrategie via de social media wil voeren, dan kan ze er misschien rekening mee houden dat niet iedereen tevreden is met de vooringenomen berichtgeving over het Palestijnse conflict en/of de Arabische Lente. Maar blijkbaar mogen enkel die meningen aan bod komen die de VRT "salonfähig" acht. 

Ik til hier bijzonder zwaar aan, omdat de graad van persvrijheid een maat is voor de vrijheid van een samenleving. In Vlaanderen mag inderdaad elk individu zijn eigen krant en/of mediakanaal beginnen, maar markt is door allerlei subsidies vervalst, en alvast de VRT slaagt er niet in om een stuk essentiële journalistieke deontologie waar te maken: het rapporteren van feiten, waarna de mediagebruiker zélf zijn mening mag vormen. 

Als die mediagebruiker dan ook nog deelneemt aan het debat, en door een prominente journalist van wie mag verwacht worden dat de integriteit groot genoeg is om geen spagaten toe te laten tussen zijn privaat en professioneel gedrag, het zwijgen opgelegd wordt, dan maak ik mij ernstige zorgen over de mate waarin in dit land de staatszender dient om de bevolking te informeren, dan wel te des-informeren. 

Envoi

Bij deze nog een oproep aan alle ondernemers: er is een enorme markt voor mensen die correct geïnformeerd willen worden. Willen jullie vrij kunnen blijven ondernemen, en niet telkens weer het slachtoffer worden van de collectivistische leugens en verdraaiingen die onder andere de VRT dagelijks op de Vlaamse goegemeente loslaat, dan raad ik jullie aan zich te bezinnen over de cultureel marxistische strategie die op dit moment ingezet wordt om de publieke opinie op te zetten tegen wat productief, Vlaams en liberaal is. 

Voor dit ene gevalletje van subtiele desinformatie en lezerscensuur zijn er namelijk dagelijks tientallen gevallen in kranten, radio en televisie en het ziet er niet naar uit dat dit snel zal verbeteren. De recente gebeurtenissen bij Knack bijvoorbeeld, waarbij lezers die sinds jaar en dag nuttige en inhoudelijke commentaren leverden op de artikels die er verschenen, ja zelfs de journalisten hielpen bij hun werk, hebben ertoe geleid dat deze mensen nu geweerd worden van de fora, en er enkel nog reacties verschijnen die Knack zelf "nuttig" acht. 

Het recente stuk van Benno Barnard over de PVDA bijvoorbeeld, werd netjes verstopt op de website, en verschillende mensen die mij hun reacties per copy/paste doorgestuurd hebben getuigen dat die nooit verschenen zijn op de website, hoewel ze daar een account hebben en ik persoonlijk kan getuigen dat hun reacties inhoudelijk en allerminst haatdragend waren. Het artikel van Barnard is zelfs achteruitgeschoven in de zoekmachine van Knack:



Waar zijn we eigenlijk mee bezig? Aanschouw wat aan het gebeuren is, en kom me dan eens vertellen dat dit talent niet veel beter kan renderen? ELK nieuw media-initiatief met wat ballen aan zijn lijf, is winst, zowel maatschappelijk, als economisch. De mensen snakken naar degelijke info. Wie dus écht geld wil verdienen, en wie snapt dat niets zo praktisch is als een goede theorie, ook over media, mag me dus steeds contacteren.

Ik ben het in ieder geval stront-, maar dan ook strontzat voorgelogen te worden met mijn eigen belastinggeld, alsook kostbeu om geen énkel alternatief meer te hebben buiten de private media van andere landen om mijzelf correct te informeren. Al verspreiden de kwalijke gewoontes inzake ondermaatse journalistiek zich in sommige gevallen ook daar.

Brecht Arnaert, 19 november 2012

donderdag 4 oktober 2012

Hoe de grendels breken?


In het januarinummer van PERIODIEK, het driemaandelijks blad van het Vlaams Geneeskundigen Verbond, neemt Jean-Pierre Rondas de stelling in dat het strategisch gezien beter zou zijn om onze politieke energie te richten op het afschaffen van de grendels in de grondwet, eerder dan op het uitstappen uit België. Brecht Arnaert sluit zich daarbij aan. In zijn essay “De Kwantumsprong” pleit hij voor politieke ongehoorzaamheid in het Federale parlement, alvorens er ook maar ergens uitgestapt wordt.

Het was Lode Claes die voor het eerst de observatie maakte dat onze Vlaamse volksvertegenwoordigers, hoewel in de meerderheid, hun democratisch recht niet opeisen als het erop aankomt. In “De afwezige meerderheid” (Claes, 1984) schetst hij haarscherp hoe de Vlamingen, telkens wanneer zij moeten onderhandelen met de Franstaligen, op voorhand al hun troeven afgeven of het nalaten om op cruciale moment door te drukken.

Natuurlijk zijn er de psychologische verklaringen, zoals het historische minderwaardigheidscomplex (Sabbe, 1875) van de Vlamingen, en de sociologische verklaringen, zoals het feit dat Vlaanderen geen bovenlaag heeft (Ballegeer, 2005). Maar die verklaringen bieden geen antwoord op de vraag wat er nu effectief moet gebeuren om ons volk vrij te maken.

De antwoorden zijn verdeeld. Aan de ene kant is er het Vlaams Belang, die van opvatting is dat we maar meteen voor Vlaamse onafhankelijkheid moeten gaan, en “alles ten noorden van de taalgrens” tot grondgebied van de Vlaamse republiek moeten verklaren. Aan de andere kant is er de N-VA, die het plan heeft om binnen België zò groot te worden dat ze het Belgisch systeem kan overnemen, en ontmantelen.

Beide strategieën lijken me steriel. Aan de ene kant romantiseert het Vlaams Belang de Vlamingen te veel. Wij zijn geen Schotten of Ieren, die in een vlaag van heldhaftigheid plots de Vlaamse onafhankelijkheid gaan opeisen. Vlamingen zijn angsthazen. Het zijn pantoffelhelden van het eerste uur. Guerrillero's die naar thuis kijken.

Aan de andere kant onderschat de N-VA hoe totalitair België wel niet is. Men denkt te kunnen groeien in het systeem om het op een dag over te kunnen nemen. Maar dat systeem zichzelf heruit waar we bij staan. Sinds art. 195 buiten spel werd gezet kan men de grondwet immers wijzigen zonder die wijzigingen te moeten voorleggen aan een nieuw parlement. Theoretisch is het vandaag mogelijk dat het parlement zijn eigen legislatuur bijvoorbeeld verlengt tot 2019, of waarom niet, voor altijd. 

De macht in België is autocratisch geworden. Er is dus niet langer een manier meer om via de politiek recht te halen. Dat is géén overdrijving. Hoe totalitair het Belgische systeem wel niet is, wordt meteen duidelijk wanneer we de procedure tot het wijzigen van de grondwet eens van naderbij beschouwen. Een grondwetswijziging vereist een twee derde meerderheid over de hele Kamer (100 zetels). Die is vrij vlot te bereiken: er zijn 88 zetels in de Nederlandse Taalgroep, en slechts 62 stuks in de Franstalige. 

Kunnen met andere woorden 12 Franstaligen overtuigd worden om een staatshervorming mee goed te keuren, dan kunnen dingen fundamenteel veranderen. Maar dat is niet zo. Naast die twee derde meerderheidsregel is er immers nog een meerderheidsregel, die bij het grote publiek minder bekend is. En dat is dat in elke taalgroep ook nog eens een gewone meerderheid moet gevonden worden. Dit zorgt ervoor dat de meerderheid die nodig is voor institutionele hervormingen de facto verandert van een twee derde in een vier vijfde meerderheid.

Dit is al heel andere koek. Aangezien men met 31 zetels binnen de Franse Taalgroep al een blokkeringsminderheid op de been kan brengen, ligt het lot van het land in handen van één vijfde van het parlement. Zo is het een onomstotelijke waarheid dat N-VA zelfs met 80 % van de Vlaamse stemmen institutioneel geen sikkepit kan veranderen. De sleutel tot institutionele hervorming ligt in België bij de minderheid, en dat is dat.

Maar het is nog erger. Omdat België geen democratie is, maar een particratie, zijn parlementairen slechts pionnen. De échte macht ligt bij de partijvoorzitters, en aangezien de PS nog steeds de grootste partij is (26 zetels), heeft in België niet enkel de minderheid de macht over de meerderheid, maar ook een minderheid binnen die minderheid, hetgeen België nog verder reduceert, van particratie tot oligarchie, en waarom niet: dictatuur.

Als de Vlamingen dus iets willen veranderen aan hun situatie, dan hebben ze het fiat nodig van zij die hen onderdrukken. Dat dit niet vanzelf zal gebeuren, snapt het kleinste kind. De enige manier om in België nog recht te halen, is het breken van de wet. Dit is het idee dat ik in “De Kwantumsprong” verdedig. De wet breken gaat voor vele mensen te ver, maar dan moeten zij zich afvragen wat het is dat de wetten legitimeert. Dat is het filosofisch onderzoek dat in DKS wordt: wat legitimeert de staat?

Het klassieke antwoord is “democratie”: wat een meerderheid ook maar beslist. Maar het is niet omdat een meerderheid met iets akkoord gaat, dat het daarom ook legitiem is. Als alle lezers van dit blad zouden beslissen dat u, individuele lezer, voortaan al hun lidgelden zou moeten betalen, dan zou dat een perfect democratische beslissing zijn. Maar daarom nog geen morele. Wat telt zijn individuele rechten, die onvervreemdbaar zijn, en elke wetgeving die deze rechten negeert, mag met het volste vertrouwen doorbroken worden. De opdracht van onze Vlaamse politici is dus om de maatschappelijke krachten in de richting van dit moment te leiden.

De vraag of Vlaanderen uit België moet stappen is ondergeschikt aan de vraag met welke reden we dat uiteindelijk doen. Want stel u maar eens voor dat Vlaanderen met een miezerige eenzijdige onafhankelijkheidsverklaring zijn zelfstandigheid verkrijgt. Wat zouden die “Founding Fathers” dan aan hun kleinkinderen vertellen? Dat ze weliswaar de meerderheid hadden in het vroegere land, maar dat ze hun individuele rechten niet durfden verdedigen? Wat een stichtend voorbeeld. In plaats van de regels van een onrechtvaardig spel aan te klagen, ga je maar beter een eigen spel spelen?

Neen. Wie de moed niet heeft om, bij machte, onrechtvaardigheid aan de kaak te stellen, is zeker niet in staat om zelf een rechtvaardig land te stichten. Wil Vlaanderen echt onafhankelijk worden, dan moet de stichting van dat land getuigen van een eigen kwantumsprong, een eigen reden van bestaan, een eigen existentie. De bestaansreden van Vlaanderen als politiek project is tot op heden nog steeds niet geformuleerd. Als sinds 1996 heeft Vlaanderen zijn eigen parlement, maar nog steeds heeft het niet zijn eigen moreel moment gehad. 

De opdracht van de Vlaamse Beweging is dus om de bevolking tussen nu en 2014 bewust te maken van de noodzaak van deze morele sprong, buiten het wettelijk kader, maar binnen een universele moraliteit. Dit vraagt intellectueel leiderschap en moreel doorzettingsvermogen. Maar iets vertelt me dat dit alvast onder dit lezerspubliek ruimschoots aanwezig is.

Brecht Arnaert

donderdag 5 mei 2011

Pleidooi voor een liberaal nationalisme

“Het nationalisme reduceert het individu tot een taalgroep, een stam, een natie, en is dus helemaal niet liberaal.” Dat moet ongeveer de meest algemene formulering zijn die vandaag in liberale middens te horen is. Tenminste, bij de “sociaal-liberalen” in de traditie-Verhofstadt. Als bestuurslid van de klassiek-liberale denktank LIBERA! heb ik daar andere ideeën over.

Wie herinnert zich de uitspraak van Guy Verhofstadt in De Morgen van 24 januari 2010 niet: “Identiteit leidt naar de gaskamers van Auschwitz”? Overdreven vindt u? Niet voor de protagonisten van “liberale” denktanks zoals daar zijn Liberales. Nationalisme moet en zal slecht zijn: gisteren, nu, en altijd. Als Ridders van de Vrijheid gaan zij het vermeend collectivistisch idee van het Vlaams-nationalisme te lijf. Voorwaar, het heeft zelf wat weg van de romantiek waar Vlaams-nationalisten zo van houden.

Maar wat er ook van moge wezen: zij zitten omgekeerd op hun paard. Nationalisme kàn een individu reduceren tot een vlot vervangbaar onderdeel van een collectiviteit, maar dit hoeft niet noodzakelijk zo te zijn.

Als ik in een staat leef die mij als individu enorm beperkt in mijn vrijheden (cf. België) en ik wil mij met anderen van dat collectivistisch juk bevrijden, dan kan ik ervoor kiezen om een groep te vormen die daartegen ageert. Vrijheidslievende mensen accumuleren dan kennis en kapitaal om politieke actie te ondernemen. Zo’n nationalisme is een bevrijdingsnationalisme: vrij van collectivistische dwang wil men een eigen staat stichten.

Heel anders is het als ik in een staat leef waarin de rechten van het individu al gerespecteerd worden, en er een bepaalde politieke groepering vindt dat die rechten beknot moeten worden ter wille van het groter ideaal van “de” natie”, “de” klasse, “het” ras. Dan wordt een bestaand land overgenomen door collectivisten en dan heb je een nationalisme dat ageert tégen het individu, dat klopt. Zo’n nationalisme is bevoogdend. Het is staatsnationalisme.

Dat is een enorme nuance die met de groeiende invloed van de gebroeders Verhofstadt verloren is gegaan: het nationalisme dat geïnspireerd wordt door de gedachte vrij te zijn van dwang wordt op één hoop geveegd met de socialistische invulling van het nationalisme. Maar Vlaams-nationalisten zijn geen nazisten, hoe vaak men die karikatuur ook probeert te maken. Het Vlaams-nationalisme is in essentie een burgerrechtenbeweging, gericht tégen het collectivisme die de Parti Socialiste ons via de Belgische constructie elke dag in de maag splitst.

Het ergste aan de hele zaak is dat de liberalen zich in de eigen voet schieten. Onder het mom van de vrijheid van het individu, ageren ze tegen élke aggregatie van maatschappelijk kapitaal, zelfs als dat gebeurt in functie van dat eigenste idee. Volgens hen is het per definitie fout dat een massa mensen achter één idee gaan staan. Maar wat als al die burgers achter het idee van individuele vrijheid staan? Hoe consistent is de positie van de liberalen dan nog? En toch worden de Vlaams-nationalisten net om dat idee – meer vrijheid – bestreden.

Want zeg nu zelf: vragen de Vlaams-nationalisten 4 % groei per jaar in de sociale zekerheid? Verklaren de Vlaams-nationalisten het aanpassen van de index, het verkorten van de werkloosheid in de tijd of het responsabiliseren van de overheid tot taboe? Nee, het zijn de Franstalige socialisten die op het Belgisch niveau al jaren een anti-liberaal programma in stand houden. Terwijl de Vlaams-nationalisten dus eigenlijk bondgenoten zijn in de liberale strijd, erkennen de liberalen hen niet in die rol. De kapitalisatie van politieke steun rond het Vlaams-nationalisme is helemaal niet griezelig, maar kristalliseert zich net rond het liberale ideaal.

Is de realiteit zo eenzijdig? Natuurlijk niet. Ook binnen mijn partij (N-VA, nvba) zijn er mensen die de vraag niet kunnen beantwoorden wat ze worden NA een eventuele onafhankelijkheid van Vlaanderen. Sommigen staan zelfs openlijk een even grote sociale zekerheid voor als nu, maar dan op Vlaams niveau. Ze zien niet in dat de Franstaligen maar een deel van het probleem zijn, en dat een toekomstige Vlaamse sociale zekerheid net zo goed kan ontsporen in de perversie die we nu kennen. Dat zijn echter de karikatuur-nationalisten, die los van elk oordeel Vlaanderen beter vinden dan België. Daar verzet ik mij tegen.

Nationalisme als uitgangspunt – dat is: de attitude van “Vlaanderen is mijn land, of dat nu goed is of slecht” is chauvinisme: een blind collectivistisch gevoel voor je eigen land, zonder oordeel, gewoon omdat je daar woont. In die betekenis is nationalisme heel verkeerd. Maar een welbegrepen nationalisme – als de toewijding van een burger aan de principes waarop zijn land gebouwd is, dat is de gemeenschappelijke band tussen alle burgers van dat land. Vaderlandsliefde kun je enkel voelen als je de basispremissen van dat land kan delen. Een natie is een morele unie.

Wat dan wel die basiswaarden zouden moeten zijn, is het debat van het decennium. Maar dat debat wordt kunstig uit de weg gegaan. Hoe is het bijvoorbeeld mogelijk dat een politieke denktank die zich liberaal noemt zich jarenlang heeft uitgeput in het legitimeren van de “actieve welvaartsstaat”, terwijl dat model alleen maar gruwelijke ongelijkheid gebracht heeft? Hoe kon diezelfde politieke denktank ten tijde van paars een migratiebeleid verdedigd hebben dat helemaal niet op liberale leest geschoeid was? De waarheid is dat paars nooit bestaan heeft: het was rood met een blauw randje.

Ik ben dus geen Vlaams-nationalist omdat ik dat leuk vind, ik ben het uit noodzaak. Mochten de Vlaamse liberalen liberaal zijn, ik zou ze vervoegen. Maar sinds Verhofstadt zijn ze bij uitstek de behoeders van het socialistisch status quo in dit land. Zijn doctrine leert dat Vlaams-nationalisme en liberalisme wel tegengestelden moeten zijn, het onderscheid tussen een collectieve actie van bewuste individuen en echt staatscollectivisme wordt niet meer gemaakt.

Sinds 1999 al zitten de liberalen dus gevangen in een schizofrene positie: zijn ze Vlaamsgezind, dan zijn ze zogezegd niet meer liberaal. Maar willen ze liberaal zijn, dan komen ze uit bij de analyse dat zonder de toestemming van de PS in dit land niets hervormd kan worden. En laat dat nu net ook de analyse van de Vlaamsgezinden zijn: dit land wordt bestuurd vanuit het Zuiden. De liberale these en de Vlaams-nationale these zijn één. Maar dat zien de meeste liberalen niet eens meer.

Ze zijn dan ook jarenlang voor een valse keuze gesteld. Er is helemaal geen tegenspraak tussen iemand die vrij wil zijn, en iemand die die vrije samenleving dan ook daadwerkelijk ergens wil gaan realiseren. En dat ergens, dat zal nooit België kunnen zijn. Niet enkel omwille van de taal die historisch gezien gedrenkt is in collectivisme (de Franse Revolutie was het eerste fascistische regime van Europa), maar ook en vooral, omdat de belangrijkste liberale kracht, het Vlaams-nationalisme, sinds woensdag 18 februari 1970 aan de ketting ligt.

Die stelling is geen overdrijving. Natuurlijk heeft ook het hedendaags Vlaams-nationalisme collectivistische trekken, maar men kan niet ontkennen dat de populariteit van de liberale gedachte steeds het grootst was wanneer die verbonden werd met een zeker Vlaams bewustzijn. Wie het eerste burgermanifest naleest, schrikt van de Vlaamsgezinde toon. De populariteit van het liberalisme nam ook recht evenredig af met de mate waarin het Belgicistisch werd.

Er is dus wel degelijk een parallel tussen het volksnationalisme en het liberalisme. Beide stromingen hebben als centraal thema soevereiniteit, alleen trekt het liberalisme die soevereiniteit door tot op het niveau van het individu, daar waar de volksnationalisten die slechts tot op het niveau van de natie motiveren. Ze kunnen dus een eind weegs gaan. Pas wanneer volksnationalisme dreigt om te slaan in een nieuw staatsnationalisme, scheiden hun wegen. Maar ondertussen beiden ageren ze tegen een opgelegd collectivisme door de staat.

Dé manier om te vermijden dat het legitiem volksnationalisme van de Vlamingen ooit omslaat in een eigen staatsnationalisme is de liberale waarde als centrale waarde van het samenleven te poneren. Pas wanneer liberalisme zélf de nationale waarde wordt, dan is er geen tegenspraak tussen de waarden van het individu en de waarden van de natie. Dan vraagt de staat geen offers, maar wordt de staat een instrument om de persoonlijke vrijheid te garanderen.

Enkel zo’n staat kan ook waarlijk internationaal zijn. Het hele internationalistische idee zoals de Verhofstadt-liberalen dat naar voren brengen is een perversie daarvan. Zogezegd zou een nationale identiteit de vrijheid in de weg staan, en is alles wat tussen de burger en de globaliteit staat, uit den boze. Alleen: een wereld waarin het individu volledig gestript is van enige culturele referentie is net de gedroomde voedingsbodem voor collectivisten aller landen. Eén van de grootste bronnen van aantrekkingskracht van het marxisme is namelijk dat het zichzelf als universele politieke filosofie verkoopt: “Zie je wel, in alle landen maakt men dezelfde analyse, dus moet onze analyse wel correct zijn.” Maar marxisten verwarren kwaliteit met kwantiteit: het is niet omdat vele mensen in een leugen geloven, dat die leugen daarom waar is.

We weten immers allemaal wel wat het nationaal socialisme voortgebracht heeft. Maar zijn we ooit nagegaan welk onderdeel van die combinatie nu net de schade veroorzaakt heeft? Lag de verantwoordelijkheid bij een gekoesterd gemeenschapsgevoel dat al jaren voor het nazisme bestond? Of eerder bij het idee dat het individu zich moet onderwerpen aan één of ander ideaal? Het is overduidelijk het laatste. Het is het socialisme heeft een gezond nationaal gevoel geperverteerd en als legitimering gebruikt voor de eigen collectivistische agenda.

En toch krijgt nog steeds het nationalisme de schuld. De reactie van de Vlaamse liberalen, om de natie dus meteen maar weg te denken als bron van alle kwaad, en te gaan ijveren voor een wereldburgerschap zonder tussenschotten, is een brug te ver. Meer nog: het hele idee van een wereldburgerschap is van marxistische makelij. Er was immers maar één ding erger dan het nationaal socialisme, en dat was het internationaal socialisme.

De klassenstrijd is internationaal, moet u weten, en lokale culturen zijn toch wel relicten uit een donker verleden zeker? De communisten begrepen maar niet waarom die Kazachen, Oeigoeren en Esten maar niet in dat cultuurloze Sovjet-ideaal wilden passen. Wie meer liefde voelde voor de medemens binnen de eigen gemeenschap dan voor een arme stakker in de naburige Sovjetrepubliek, was een racist. Dat is toch de term die Lenin daarvoor gebruikte vanaf 1936.

Het is tijd dat de Vlaamse liberalen inzien dat je een Peruviaan uit Lima niet zomaar kunt wisselen met een Vlaming uit Oostende. Dat een culturele identiteit iets is dat spontaan van onderuit groeit, en dat je die niet zomaar kunt wegdenken. Dat een collectivistische ideologie altijd van bovenaf opgelegd, afgedwongen, in de strot geramd wordt. Dat culturele identiteit dus net een waarborg is van de civiele maatschappij tegen dat soort staatsdwang. Daarom kan socialisme niet tegen cultuur. De-culturalisering is een eerste voorwaarde voor collectivisering. Pas wanneer mensen niet meer weten wie ze zijn, kun je er alles mee doen wat je wil.

Toen ik jong was en ik Verhofstadt op tv bezig zag, fulminerend tegen het Vlaams-nationalisme, kon ik dus niet anders dan een socialist in hem zien. Hij pleitte voor een abstracte mens, een wereldmens, een mens die niet bestaat. Een individu wordt namelijk niet in de hele wereld ineens gesocialiseerd, maar in concentrische kringen: eerst in het gezin, daarna in de familie, school, jeugdbeweging, en tenslotte in de hele publieke opinie van zijn gemeenschap. Een individu heeft dus een culturele identiteit, willen of niet. Die kan uitgebreid worden met extra schillen, maar je kern verlies je nooit. De mens is een geworteld wezen.

De vele claims van de gebroeders-Verhofstadt dat de Vlaams-nationalisten de Vlaamse cultuur willen opdringen aan het individu zijn dan ook pathetisch. Ze doen net alsof de Vlamingen ooit wereldburgers waren, en de Vlaams-nationalisten hen nu willen vervlaamsen. De werkelijkheid is natuurlijk volstrekt omgekeerd: de Vlaamse cultuur bestaat al veel langer dan de politieke strijd om die te behouden, en het zijn de gebroeders-Verhofstadt die het idee van wereldburgerschap willen opdringen. Alleen weten we helemaal niet meer wat die Vlaamse cultuur dan wel is, door jarenlange indoctrinatie van de gedachte van wereldburgerschap in ons onderwijs.

Het discours van de Verhofstadt-liberalen is geraffineerd, maar oneerlijk. Terwijl zij zich opwerpen als de grote zieners, met een globaal oog, zijn zij blind voor de schrijnende onvrijheid van de Vlamingen in eigen land. Terwijl zij pleiten voor internationalisme met de grote I, zijn zij blind voor het feit dat de intrinsieke betekenis van dat woord alleen al, hun stelling tegenspreekt: echt internationalisme speelt zich inter-nationaal af, dus tussen vrije naties. De natie is de thuis van het individu. Internationalisme is een reis. Maar een reiziger zonder thuis is een zwerver.

Het is bovendien nogal gemakkelijk om de Vlamingen die al jaren geen vrijgevochten culturele bovenlaag meer hebben (de KVS-adepten zijn stuk voor stuk gesubsidieerde rebellen) te duiden als een in zichzelf gekrompen volkje, dat niet begrijpt hoe de grote wereld werkt. Het is veel moeilijker om Verhofstadt zélf te identificeren voor wat hij is: een gesublimeerde socialist. Wie pleit immers voor méér belastingen? Wie pleit voor het uitgeven van Europese obligaties? Is dat liberaal?

Helemaal niet. Hij verdedigt een immer groeiende bureaucratie, en geheel congruent met het marxistische gedachtegoed pleit hij voor een deculturalisering van de vele volkeren die Europa net zo kleurrijk maken. We moeten allemaal “Europeaan” worden, niet als extra laag op onze nationale identiteit, nee, maar als de enige laag. Terwijl Verhofstadt dus fulmineert tegen het Vlaams-nationalisme dat de identiteit van het individu zou verengen, wat overduidelijk een karikatuur is, doet hij exact dat, maar dan op Europees niveau! Guy Verhofstadt is dus een staatsnationalist. Net dat type dat we in een vrij Vlaanderen niet willen.

Het wordt dus tijd dat de liberalen zich herbronnen. Dat ze zich afvragen wat hun wortels zijn. En dan zullen ze zien dat de Verhofstadt-doctrine door en door rot is. Volledig cultuurloze mensen kan men gemakkelijk manipuleren. Duw maar eens een Ier in het rond met teveel wetten en reglementjes: hij komt in opstand. Zijn nationale identiteit zit in zijn genen, alsook zijn drang naar vrijheid. Er is helemaal geen tegenspraak tussen de gedachte dat het individu gesocialiseerd is in een bepaalde cultuur, en toch vrij. Hoge cultuur is universeel. Lage cultuur is onvrij.

De vraag is of de liberalen blijven geloven dat hun idealen binnen de Belgische constructie gerealiseerd kunnen worden. Zullen ze eindelijk inzien dat Vlaanderen de beste garantie biedt op meer persoonlijke vrijheid? Is het tijd voor nog maar eens een burgermanifest dat als offer kan dienen op het altaar van de Belgische consensus? Of is het tijd voor een onafhankelijkheidsmanifest dat meteen een heel land sticht op die principes?

De jobkorting, de dienstencheques, de notionele intrestaftrek: het zijn allemaal rotte compromissen met het Zuiden, en dus al zeker géén liberale gedachten. Meer nog: die compromissen compromitteren enkel de liberale gedachte. Vandaag de dag wordt liberalisme gezien als een filosofie van de rijken, die enkel werkt voor wie dicht bij de macht staat. Wat is het elan van de liberale gedachte in Vlaanderen nog? Waar is de tijd van “Niet u, maar de staat leeft boven zijn stand? Volledige fiscale autonomie: dat is pas liberaal! De keuze is dus niet of je een goeie of een slechte Vlaming bent. De keuze is of je van vrijheid houdt of niet.

De levensvatbaarheid van het Vlaams staatsproject zal dus staan of vallen met de consistentie van de politieke theorie waarop de Vlaams-nationalisten de Republiek willen oprichten. En daarbij kunnen ze duidelijk wat liberale hulp gebruiken. Strijden de Vlaams-nationalisten immers voor hun onafhankelijkheid om zich daarna terug over te geven aan een nieuwe bevoogding, made in Flanders? Of strijden zij voor een blijvende bevrijding van het individu, ook na die onafhankelijkheid? Het liberalisme is de enige ideologie die daar een antwoord kan op geven. Schrijven we Vlaanderen met de V van vrijheid? Of met de V van Vlarem? Dat is de vraag.

De levensvatbaarheid van de liberale gedachte zal op haar beurt staan of vallen met het vermogen van de liberalen om de Vlaamse cultuur eindelijk eens niet meer als bedreiging te zien, maar als een hefboom. De boekhoudkundig creatieve zelfstandige, de bijverdienende arbeider, de zwartwerkende student: strijden zij niet allemaal tegen hetzelfde perverse Belgische regime van de PS? Is door alles en iedereen gecontroleerd worden, maar toch steeds weer een manier vinden om de macht te omzeilen, niet ook een stuk van dat “Vlaams” zijn? Is het dan echt nodig om die aard te blijven bestempelen als bekrompen? Of is dit net de liberale gedachte in praktijk omgezet, maar zonder intellectuele leiding? Dat is de vraag die liberalen zich moeten stellen.

Vlamingen zijn rebellen in de dop. We moeten ze bewapenen met een correcte politieke filosofie: een liberaal nationalisme, om tot een nationaal liberalisme te komen. Ik ben dus nationalist, tot ik liberaal kan zijn. Wie nog nationalist is na de onafhankelijkheid, snapt niets van nationalisme. Nationalisme is de gezamenlijke actie van een groep individuen tegen onderdrukking. Elke andere definitie leidt zelf tot onderdrukking. Ik ben het zat om nationalist te zijn. Ik wil patriot zijn. Een liberale patriot: iemand die de vrijheid van en in zijn land wil verdedigen. Maar niet langer in België, want dit land is overgenomen door een collectivistische meute.

Ik roep dus alle liberalen met nog een klein beetje gevoel voor vrijheid in hun aderen op om het Vlaams-nationalisme te zien voor wat het is: geen bedreiging voor de persoonlijke vrijheid, maar een bondgenoot in de strijd tegen de Vierde Internationale, Afdeling Parti Socialiste. De persoonlijke vrijheid wordt niet kleiner met de groei van het Vlaams-nationalisme, integendeel: het is NU dat we onvrij zijn. Elk individu, Vlaming of Waal, wordt verplicht om een land te leven dat geregeerd wordt door de PS. Verspreid die boodschap: in de eigen blogs, in de partijstructuren, in woord en daad.

Laat ons dan ook samen nadenken, Vlaams-nationalisten en liberalen, over een krachtige soevereiniteitsverklaring die start met “Ik, het individu”. Laat ons vanuit die premisse de gemeenschap denken, niet als antagonist van dat individu, maar net als bescherming ervan tegen staatsdwang. Laat ons het volk definiëren als die mensen die dezelfde waarden aanhangen en daarin traditie willen maken.

Laat ons tot slot ook het dogma varen dat een ware liberaal geen vaderlandsliefde kan voelen. Natuurlijk kan dat wel: vele individuen zijn bereid de premissen van een vrij land te verdedigen, lief te hebben, te koesteren. Maar een land moet de liefde van zijn burgers waard zijn. Het zijn de gemeenschappelijk begrepen axioma’s van het samenleven, en de liefde voor de cultuur die daaruit voortvloeit, die mensen in staat stellen om vreedzaam samen te leven.

Laat ons zo’n land maken.

Aristoteles, Locke en Jefferson kijken over onze schouder mee.

Brecht Arnaert

donderdag 7 april 2011

Hysterie om een lijk

Naar aanleiding van de uitspraken van Vic Van Aelst omtrent de positie van het Frans als onderwijstaal in Vlaanderen, hebben we de voorbije dagen weer staaltjes van Belgicistische hysterie gezien. Van Aelst werd afgeschilderd als een halve cultuurbarbaar, terwijl een eenvoudige toepassing van de regels van de reciprociteit op zich al genoeg is om hem in zijn claim te volgen: Franstaligen vertikken het zelf om Nederlands "met goesting" te leren, waarom zouden wij het dan doen, nog los van het argument dat de rol van het Frans in de wereld stukken kleiner is dan het Engels?

De reden van die hysterie is natuurlijk dat het blijven leren van Frans in Vlaanderen een belangrijk symbool is voor zij die nog geloven in een "Belgisch" gevoel. Vlamingen die geen Frans meer willen leren, dat moet wel het einde zijn van het Belgisch verhaal. Belgicistisch-links staat al klaar met de "zie je wel"-vinger: "Vlaanderen plooit zich terug op zichzelf". Geeuw. Wat is dat dan, zichzelf? En waar waren we dan vroeger wel toe "uitgeplooid"? Een paar korte gedachten over identiteit en waarden.

Vooreerst dit: identiteit is niet digitaal, maar contextueel. Niemand is 100 % Vlaming en enkel Vlaming, net zoals niemand 100 % Europees, en enkel Europees is: als ik kijk naar Wallonië, dan voel ik me Vlaming. Als ik kijk naar de revoluties in het Midden-Oosten, dan voel ik me Europeaan. Als ik kijk naar Antwerpenaars, dan voel ik me West-Vlaming. En mocht er leven op Mars zijn, dan zou ik me “Aardbewoner” voelen.

Identiteit is dus contextueel. Men is wat men is, maar in relatie tot anderen worden bepaalde aspecten belangrijker, zonder dat al die andere aspecten daarom verdwijnen. In een politieke context wordt onze identiteit gedefinieerd door diegene waarmee we een machtsrelatie hebben. De pion op het schaakbord krijgt pas betekenis in relatie tot de koning: de identiteit van beiden wordt vrijwel exclusief gedefinieerd door hun hiërarchie. Een mens is natuurlijk meer. Het schaakspel is dan ook slechts de abstractie van één identiteit: de politieke.

Maar het is wel dat aspect van onze identiteit dat alle andere aspecten mogelijk maakt. Zij die dus claimen dat het Vlaams-nationalisme de identiteit van mensen probeert te verengen tot hun politieke identiteit, miskennen het evidente feit dat de niet-politieke aspecten van de identiteit pas ruimte kunnen krijgen als de politieke identiteit geconsolideerd is. Want hoe vrij zijn al die andere identiteitsaspecten als je weet dat het instituut België op haast totalitaire wijze in elk aspect van het private leven tussenkomt?

De claim dat we “zoveel meer zijn dan enkel maar Vlaming” is dan ook pathetisch: men kan niet veel meer zijn, zolang we niet volgens onze eigen inzichten de polis mogen inrichten. Depolitisering is net het doel van gemeenschapsvorming: door het delen van waarden de machtsuitoefening over elkaar minimaliseren. Waarom zou ik immers nog macht willen uitoefenen op iemand die uit vrije wil mijn waarden al deelt? Een natie is een morele unie.

De Vlaamse identiteit zal dus pas gedepolitiseerd worden als het Belgisch waardenconflict opgelost is. Want daar gaat het over: waarden. Terwijl in metafysische termen we niet kiezen wie we zijn (lichaamsbouw, intelligentie), kunnen we in politieke termen wel kiezen hoe we willen samenleven. En daarover bestaat in België niet de minste politieke overeenstemming. In dit conflict wordt dus het politiek aspect van onze identiteit op de proef gesteld: wat zijn onze waarden? En hoe gaan we onze individuele voorkeuren harmoniseren met elkaar? Kortom: hoe gaan we samenleven? Zonder waarden geen politiek. En zonder politiek geen polis.

“Het” Belgisch probleem is dan ook pas in de laatste plaats een cultureel probleem. Het is een moreel probleem: “de” Belgische waarden bestaan niet meer. Er is niets meer om het samenleven aan op te hangen. Er is enkel de totale leegte, het morele vacuüm. Dat vacuüm is ontstaan met de democratisering van het land. Zolang het cijnskiesrecht in tact was, en dus enkel de “haute bourgeoisie” kon gaan stemmen, waren er geen politiek-identitaire problemen. Vanaf de invoering van het AMS echter, begonnen politieke identiteiten die tot dan toe niet aan bod kwamen opgeld te maken. Deelden de Vlamingen de premisse wel dat een individu beschaafd moest worden in de Franse cultuur? Wat vroeger een evidentie was, was dat voortaan niet meer.

In psychologische termen verkeert de Belgische politieke identiteit sindsdien in een permanente neurose. De ogenschijnlijk vibrerende Belgitude is slechts een manische uiting daarvan. De vele Belgicistische artiesten die luid schreeuwen dat ze Belg zijn, kunnen niet eens definiëren wat dat is, Belg zijn. Dat vinden ze trouwens geen probleem: ze claimen geen waarden te hebben. Maar toch zouden toch nog genoeg morele houvast vinden om het Vlaams-nationalisme te veroordelen? Laat me niet lachen: morele verontwaardiging is de traditionele klederdracht van zij die hun intellectuele naaktheid moeten verbergen.

De neuros heeft nu lang genoeg geduurd. We zijn op een punt aangekomen waarop we een keuze moeten maken tussen die leegte en de eros: de wil om zelfstandig en in kracht te leven. Kiezen wij voor het Belgische moreel vacuüm en de bijhorende machtsstrijd over de invulling daarvan? Of kiezen we voor een nieuwe waardengemeenschap, waarin het politieke aspect van onze identiteit terug tot haar normale proporties kan teruggebracht worden?

Want het klopt: deze politieke strijd verengt onze identiteit enorm, en dat is echt afstompend. Wie is de vele nietszeggende krantenartikels over de politieke situatie nu nog nìet beu? Maar we moeten erdoor, willen we die andere aspecten ook beleven. Ook ik ben het meer dan beu om mijn identiteit constant in politieke termen te moeten definiëren, maar ik kan niet anders: België frustreert mijn waardenpatroon dagelijks. Terwijl er heel wat Walen zijn waar ik mij op individuele basis mee zou kunnen identificeren (trappistenliefhebbers, niet-rokers, filosofie-minded people) is mijn politieke relatie met hen anders, in die zin dat zij deel uitmaken van een gemeenschap die tegen de waarden van mijn gemeenschap ingaan.

Het is natuurlijk wat kort door de bocht om zomaar te spreken van “de” Vlaamse waarden. De waarheid is dat zo’n waardenonderzoek nog nooit heeft plaats gevonden. We hebben onze eigen poppetjes in het Vlaams Parlement, maar au fond is er nooit een morele breuk geweest met het Belgisch moreel kader. Met veel poeha werd het Vlaams Parlement in 1996 geopend, en de glazen koepel die boven het halfrond geconstrueerd werd stond symbool voor “openheid”. Maar openheid naar wat? Onder de Vlaamse koepel heerst dezelfde Belgische neurose: wat is onze politieke identiteit?

Waarom willen wij een ander politiek systeem? Hebben wij bij de regionalisering eigenlijk ooit onze eigen politieke premissen geëxpliciteerd? Of importeerden wij stilaan gewoon de Belgische ziektes? Ik vermoed het laatste: de “V” van Vlaanderen staat in mijn ogen voorlopig nog niet voor meer vrijheid. Ik zie enkel de “V” van Vlarem. Wat we zelf doen, hebben we dus vooralsnog niet fundamenteel anders gedaan.

Zowel de Vlaamsgezinde als Belgicistische intellectuelen staan dus voor een gelijkaardige opdracht. Wie zich Belg “voelt” moet mij eens uitleggen wat dat is, dat Belgisch gevoel. Cultureel kan ik me daar wel iets bij voorstellen: frieten en chocolade. Maar daarmee bouw je nog geen samenleving op. Hetzelfde geldt ook voor wie zich Vlaming “voelt”. Spreek me niet van volkssporten en braderieën: vinken zetten is inderdaad rustgevend, en ja, ik sjoelbak graag. Maar wat zijn nu de waarden waarop we republiek zullen bouwen? Vertel me daar liever eens wat over. België in het klein? Dank u, maar nee bedankt. Ik strijd voor een nieuw land, niet voor oude wijn in nieuwe zakken.

Vlaanderen krijgt nog even respijt voor het niet invullen van deze waarden, want alles is beter dan de sovjetmonarchie waarin ik samen met honderdduizenden andere Vlamingen dagelijks belogen, bedrogen, uitgebuit, beledigd en geculpabiliseerd word omwille van mijn onwil om toe te geven aan de perverse socialistische leugen dat solidariteit een morele plicht, en geen morele optie is.

Maar vroeg of laat moet er een antwoord komen op de vraag wat wij dan in de Republiek fundamenteel anders willen gaan doen. Zoniet, dan zal de sluimerende Belgische neurose ook het Vlaams parlement in zijn greep krijgen, en eindigt alles in dezelfde identitaire en morele beerput als degene waar we net uit willen kruipen. Er bestaan universele politieke waarden: Locke en Jefferson hebben er al een glimp van opgevangen. Het wordt tijd dat Vlaanderen zijn eigen Founding Fathers naar voren schuift om dat werk verder te zetten.

Ondertussen kan ik enkel maar vaststellen dat de reacties op de uitspraken van Vic Van Aelst buiten alle proportie zijn. Men is geschrokken van het lijk in de kamer, maar het lag al die tijd al te rotten op het tapijt. Men kon de lijkgeur tot nog toe negeren door zich vast te klampen aan symbolen zoals het Frans als tweede taal op school, maar Vic Van Aelst haalde de neusknijper weg. Vandaar de hysterie.

Proficiat aan Vic Van Aelst om de dingen te zeggen zoals ze zijn: de Belgische identiteit in politieke termen is al jaren dood. Ze moet enkel nog begraven worden. Ik verlang naar de dag waarop ik vrij zal kunnen ademen, en de geur van het rottend politiek kadaver niet meer dagelijks in mijn neus zal moeten verdragen.

Brecht Arnaert

zaterdag 11 september 2010

Waarom er geen B in het woord liberalisme staat.

Artikel ingestuurd naar de redactie van "Neohumanisme", het ledenblad van LVSV Gent.



Op zondag 5 september, net na de crash van de regeringsonderhandelingen, ging Bart De Wever eten met Didier Reynders en Charles Michel in het sterrenrestaurant Bruneau in Ganshoren. Dat het eten exquis zal geweest zijn, daar twijfel ik helemaal niet aan, maar dàt ze zijn gaan eten, dat is een feit van formaat. Het liberalisme en het nationalisme zijn namelijk elkaars noodzakelijke voorwaarden, tenminste in Vlaanderen.

Laten we eerst even de termen duidelijk stellen. Met liberalisme bedoel ik het inzicht dat een vrije samenleving moreler is en efficiënter werkt dan een samenleving waarin het individu door de overheid in zijn handelen beperkt wordt, niet de gespindoctorde versie daarvan à la Verhofstadt. En met nationalisme bedoel ik die beweging die burgers verenigt om zich te bevrijden van een collectivistisch, corporatistisch, pseudo-democratisch regime, niet de etnische versie daarvan à la De Winter.

De doctrine die het eigen volk namelijk vooropstelt als de bron van alle rechten, en het individu slechts als een afgeleide daarvan, is verwerpelijk. In zo’n maatschappij staat het individu ten dienste van de staat, en is het in ernstig gevorderde gevallen zelfs afhankelijk van de staat voor zijn overleven. Waar vinden we zo’n regime? Juist ja, in Wallonië.

Beweer ik nu dat de PS een nationalistische partij is? Helemaal niet. De legitimering van de onderwerping van het individu gebeurt daar niet met het concept “natie”, maar met het concept “klasse”. Vlamingen zijn asociale kapitalisten, en de Walen moeten zich als klasse verenigen tegen die uitbuiting. U ziet, het Waalse socialisme, dat de Vlamingen verwijt nationalistisch te zijn, is een loot van dezelfde stam: enkel liberalisme is het echte alternatief.

Maar dan wel Vlaams liberalisme. De overwinning van N-VA op 13 juni is dan ook niet enkel te danken aan de gortdroge nationalistische retoriek die men van het Vlaams Belang gewend was, noch aan een sociaal-economische retoriek die enkel op centen inspeelt, maar op een combinatie daarvan. Het is Bart De Wever en niet Alexander De Croo die de Vlamingen erop wees hoe in België de sociaal-economische en de communautaire breuklijn één en dezelfde zijn.

De aantijging dat N-VA niet bezig was met “de echte problemen van de mensen” is dan ook futiel gebleken. Dit land wordt geregeerd door een minderheid die constitutioneel én in de regering de vinger op de knip houdt door respectievelijk de dubbele meerderheden en de regels van pariteit en consensus. En die minderheid wordt op zijn beurt geregeerd door de hardste socialistische partij ter wereld: de PS. Papandreou, de Griekse premier en voorzitter van de Vierde Internationale, loofde al meermaals de manier waarop de PS erin slaagt "in een neo-liberaal Europa de waarden van Marx hoog te houden".

Papandreou heeft gelijk. Alle Vlaamse pogingen om een echt liberaal beleid door te voeren – de verlaging van de vennootschapsbelasting, de beperking van de werkloosheid in de tijd, de afslanking van het overheidsapparaat – stootten op het njet van de PS. Wat de Vlamingen in de plaats kregen was de notionele intrestaftrek – omdat vennootschapsbelasting een federale bevoegdheid is meneer – het systeem van jobkorting – omdat het arbeidsmarktbeleid geen bevoegdheid is van de deelstaten meneer – een vereenvoudigingsloket – omdat er toch zoveel overlappende instanties zijn meneer.

Een zwaktebod is het! Van een generatie Vlaamse liberalen die aangeleerd is geweest dat flamingantisme noodzakelijk iets gesloten, bekrompens, xenofoob moet zijn, gecounterd door een goedkoop kosmopolitisme dat doet denken aan het cultuurloze internationalisme van de marxisten. Liberaal zijn betekende onthecht zijn van elke culturele geworteldheid, de wereldburger uithangen, die nergens vandaan kwam en overal thuis was.

Nee! Burger ben je altijd ergens. Telkens als ik Verhofstadt op tv bezig zag, moest ik denken aan de geslachtsloze Sovjet-mens die Stalin voor ogen had: geen Est, geen Macedoniër, zelfs geen Rus of Georgiër, maar de perfecte, abstracte, thuisloze, verplaatsbare, kneedbare mens. Orakelend over het belang van vrijheid in de wereld, was "da joenk" ziende blind voor de schrijnende onvrijheid van de Vlamingen om een eigen, liberaal beleid te voeren.

Paars was dan ook niet meer dan donker donker rood, met een blauw lijntje errond. Zowel Verhofstadt-I als Verhofstadt-II werden volledig gedomineerd door de PS. Acht jaar op rij een begroting in evenwicht, dat wel, maar dan enkel door roofbouw op de toekomst van het land, niet door structurele hervormingen. Integendeel zelfs: een ongebreidelde groei in de sociale zekerheid, een duur systeem van dienstencheques, en opzienbarende groei van premies en subsidies allerhande. Maar structureel? Niets.

Het zijn net die structurele hervormingen waar België nu voorstaat. De volgende staatshervorming zal sociaal-economisch zijn, of ze zal niet zijn. Niet voor niets ligt de focus nu op een herziening van de financieringswet. De staat hervormen is de deelstaat responsabiliseren. Wist u bijvoorbeeld dat het Waals Gewest, indien het economisch beter presteert, navenant minder dotaties van de federale overheid ontvangt dan wanneer het niets zou doen? Het is de werkloosheidsval in het groot.

Is dat oubollig nationalisme? Of common sense? Het is tijd dat de Vlaamse liberalen beseffen dat het Vlaams-nationalisme en het liberalisme bondgenoten zijn. Dat het constitutioneel opgeven van de Vlaamse meerderheid in 1970 niet enkel het einde betekende van het Vlaams project van de flaminganten, maar ook van het liberaal project van Vlamingen.

Dat staalsubsidies, scheepsliften en tal van andere zinloze prestigeprojecten in het zuiden een rechtstreeks gevolg zijn van een gemuilkorfd liberalisme dat zijn demografisch overwicht in het federaal parlement niet meer kon laten gelden en aan de andere kant van de taalgrens structureel verdreven bleef van de macht.

Acht jaar lang werd dit verborgen op een kruiperige manier, die aan slangen doet denken. Maar de waarheid is dat de Vlaamse Leeuw aan een ketting ligt, zijn tanden getrokken en zijn nagels afgevijld. De ketting is van Waalse makelij, het beste gesubsidieerde staal uit Cockerill-Sambre. Het afwerpen van de Waals-socialistische ketenen is de gezamenlijke opdracht van liberalen en Vlaams-nationalisten.

Men mag Vlaanderen kneuterig noemen, aan de kerktoren gebonden, bekrompen. Maar de oorzaak daarvoor ligt niet bij “de Vlaamse volksaard” die inherent zo zou zijn en waar we ons als kosmopolitische liberalen van moeten bevrijden. Nee gadikke! We moeten net onszelf blijven en inzien dat het Waals-socialistisch juk de Vlamingen verhindert om hun meest centrale waarde "Doe stille voort" ten volle te beleven.

Bedenk wat Vlaanderen zou kunnen als het zelf zou mogen beslissen over zijn belastingen, zijn sociale politiek, zijn ondernemingsklimaat. En als ik dan toch eens oubollig mag doen - de waarheid behoeft namelijk geen vernieuwing - : het is in tijden dat Vlaanderen (of tenminste het Graafschap) vrij was, dat het de grootste resultaten heeft bereikt.

Toen Vlaanderen vrij was, werd in Brugge het beurswezen uitgevonden. Toen Vlaanderen vrij was, werd in Kamerrijk de polyfonie uitgevonden. Toen Vlaanderen vrij was, heeft het in Ieper de getuigenrechtspraak ingevoerd. Enkel wanneer Vlaanderen vrij zal zijn, zal het liberalisme ten volle kunnen bloeien.

In het woord liberalisme staat geen b. In Vlaanderen staat zeer zeker wel een v. De v van vrijheid! Leve Vlaanderen! Leve de republiek!

Brecht Arnaert,

8 september 2010