zondag 29 juli 2007

Goede (?) reden (?) 9 van 10 (?) voor het behoud van België

CULTURELE RIJKDOM: België ligt op het kruispunt van de grote Europese culturen: de Latijnse, Germaanse, Angelsaksische en nu ook meer en meer de Oost-Europese, de Arabische - met elk hun eigen denkwijzen ... Het samenbrengen van al die culturen kan soms vermoeiend en bedreigend lijken, maar het is wel dé toekomst én het biedt grote kansen tot menselijke verrijking.

Over het interculturele debat is het laatste woord nog niet gezegd, en ik betwijfel zelfs of het goed zou zijn hier ooit tot een definitief besluit te komen. Zelfs de indeling in grote cultuursferen, zoals die hier beschreven wordt, is voor twijfel vatbaar. Met welke reden omschrijft men de Angelsaksische cultuur náást de Germaanse? De Angelsaksische cultuur is ontstaan uit de Germaanse familie, en dé Germaanse cultuur, wat is dat dan? Heeft Frankrijk een Latijnse cultuur? En dé Arabische cultuur, dat is zowat een contradictio in terminis: het grootste kenmerk van die cultuur is haar enorme verscheidenheid: van in de Bosporus tot aan het Atlasgebergte vind je niet één Arabische cultuur, maar een amalgaam van semitische micro-culturen. We weten zelfs nog niet genoeg over de Arabische wereld om hier zinvolle uitspraken over te doen. Wie zich dus op het culturele pad begeeft om politieke conclusies te trekken, moet zéér goed geïnformeerd zijn.

Ik stoor mij ten andere ook aan het gemak waarmee de Arabische cultuur zomaar een Europese cultuur genoemd wordt. Europa heeft onmiskenbaar een christelijk-judeïsche traditie, en de enige incisie van Arabische cultuur is te vinden in Spanje vóór de reconquista (1498) die ons prachtige gebouwen zoals het Alhambra in Granada nagelaten heeft. Verder ontlenen wij ook een groot stuk van onze wiskunde en sterrenkunde aan de Arabieren, maar van een geografische aanwezigheid van de Arabische cultuur, groot genoeg om deze zomaar naast de Latijnse en Germaanse te mogen zetten kan geen sprake zijn.

Maar to the point nu. De hamvraag is: zullen wij Vlamingen die rijkdom aan culturen kwijt geraken als onze deelstaat (die eigenlijk geen deelstaat is) onafhankelijk wordt? Het antwoord op die vraag is niet zo eenvoudig, en is dus al helemaal niet meteen “nee”. Het gevaar bestaat immers wél dat bij een separatisme de Vlaamse cultuur zich op zichzelf zou terugplooien, en alles wat on-Vlaams is zou proberen te assimileren. Maar gelukkig hebben we al enkele slechte voorbeelden uit ons eigen Belgische verleden waaruit we kunnen leren om dezelfde fouten niet meer te maken. Bij het ontstaan van België probeerde men immers ook alles wat aan Nederlandse cultuur bestond te assimileren tot “la culture Belge”, die per definitie Franstalig moest zijn. “La Belgique sera latine ou elle ne sera pas” is een bekende uitspraak die duidt op dat vroeg stadium van onverdraagzaam Belgisch nationalisme. Diezelfde fout als de toenmalige Belgische overheid mogen we niet maken.

In onze toekomstige republiek moeten we een manier te vinden om deze culturen een plaats te geven. In essentie leidt dit debat tot de vraag op welke manier we nationalisme gaan definiëren. Doen we dat via etno-culturele breuklijnen die per definitie gesloten zijn (traditionele cultuur, afstamming, genetica, taal) of via de pure wil om bij een “volk” te horen, een zeer open manier van nationaliteitsverwerving (ik word Fransman als ik dat maar genoeg wil, zelfs al ben ik niet van oorsprong Frans)? De eerste categorie natie-bouwstenen zijn uitsluitende elementen: je kunt als vreemdeling in ons land nooit Vlaming worden als de vereiste daartoe is dat je geboren werd uit een Vlaamse vader en moeder. De tweede categorie natie-bouwstenen is wel open: de simpele wil om Vlaming te worden (dit is: kennis en respect hebben van en voor onze cultuur en geschiedenis, willen behoren tot de Vlaamse maatschappij en er actief aan deelnemen met en tussen Vlamingen) is wel open.

Praktisch gezien zal de Vlaamse nationaliteit een combinatie moeten zijn van bouwstenen uit beide natie-ideeën. Eisen we van een nieuwkomer dat hij zich volgens etno-culturele breuklijnen volledig assimileert met onze cultuur, dat wil zeggen, niet enkel onze taal spreekt, maar ook onze eetcultuur overneemt, onze geschiedenis bestudeert, onze schrijvers leest, naar onze televisiezenders kijkt, dan gaan we voor een zeer gesloten vorm van nationaliteitsverwerving. Definiëren we onze Vlaamse nationaliteit volgens de etno-culturele natie-idee, dan laten we de nieuwkomer geen ruimte: het is aanpassen of wegwezen. Bovendien kan zo’n nieuwkomer volgens deze natie-idee toch nooit een échte Vlaming worden, omdat hem daartoe de genetica ontbreekt, waarmee we al snel in racistisch vaarwater terechtkomen. Enkel het eigen bloed telt dan nog, een belachelijke idee als je bedenkt dat je zelf maar een zestiende deel eigen bloed hebt tegenover je bedovergrootvader die door huwelijk eigenlijk per definitie ook “vreemd” is aan de familiegenetica. Genetica als enige definiërende factor voor nationaliteit is dus een zeer gesloten manier van identiteitsbeleving.

Dit model in zijn pure vorm is volgens mij niet enkel moreel laakbaar, houden we hieraan vast, dan kiezen we meteen ook voor het isolement van onze eigen cultuur. Immers, door volledige assimilatie na te streven zou de Vlaamse cultuur niet meer beïnvloed kunnen worden door vreemde elementen, hetgeen ertoe zou leiden dat ze zich terugplooit op haar kern en verstart. Een nieuwkomer mág zich daarom niet volledig assimileren: het zou de Vlaamse cultuur versneld verouderen tot op het moment dat ze folklore wordt. Zonder de hedendaagse openheid hadden we nu bijvoorbeeld geen Turkse pitta-bars of Indische nachtwinkels, maar ook geen spiegel voor onze eigen bredere cultuur op moreel-filosofisch niveau. Het contrast bijvoorbeeld tussen de Arabische schaamte- en eercultuur en onze Westerse schuldcultuur is een zeer interessante en leerzame confrontatie, die ons ook bewuster maakt van onze eigen cultuur. Cultuurbeleving situeert zich dus aan de grens en niet in het midden van ons eigen culturele erfgoed.

Langs de andere kant kan een nieuwkomer ook niet in apartheid naast onze eigen cultuur leven, want dan is de multiculturele samenleving evenzeer een fictie. De autochtone cultuur mag dus zeker haar eisen stellen, daar hoeven we ons ook niet schuldig om te voelen. Alleen moeten die eisen haalbaar zijn voor elke nieuwkomer. Hét natie-idee bij uitstek voor deze gemeenschapsopbouw is de wilsnatie, geformuleerd door de franse filosoof Renan. In dat model zou het voor een nieuwkomer volstaan om te zeggen: “Ik wil Vlaming zijn” om daadwerkelijk Vlaming te zijn. Iedereen begrijpt dat dit wel een zeer lichtzinnige uitspraak is, als er daar niet meteen wat engagement aan verbonden is. Maar wat moet dat engagement dan inhouden? Wat moet men dan doen om Vlaming te worden? Moet een allochtoon gezin dan inderdaad worst en bloemkool klaarmaken in plaats van couscous met helal-kip?

Het probleem bij de invulling van het engagement in het idee van de wilsnatie, dus het zich Vlaming verklaren en het daarmee ook direct zíjn, is namelijk dat het engagement dat men daarvoor moet aangaan meteen altijd zijn invulling moet krijgen in de etno-culturele sfeer: men kan niet blijven beweren Vlaming te zijn onder de Vlamingen zonder de taal te leren, noch zonder enkele elementaire gewoontes en gebruiken te kennen eigen aan onze Vlaamse en bij uitbreiding Westerse cultuur. De aanvankelijke haalbaarheid voor de nieuwkomer om Vlaming te worden strandt dus al snel terug op de geslotenheid van de etno-culturele component van de Vlaamse nationaliteit.

Er moet dus een minimumprogramma uitgewerkt worden voor de nieuwkomer om het engagement achter zijn wilsuiting vorm te geven. Dat minimumprogramma moet zwaar genoeg zijn om het uitgesproken engagement gewicht te geven, maar ook weer niet zo zwaar dat de aanvankelijke openheid volledig in de kiem gesmoord wordt. Eisen we dat een nieuwe Vlaming de hele geschiedenis van de Vlaamse Beweging kent, daarenboven nog eens een vlammende recensie kan schrijven over Claus’ verdriet van België, waarna hij ons biefstuk friet op een bedje van rucola-sla serveert? Nee, zelfs de meest extreme nationalisten moeten water in hun wijn doen. Ik pleit voor een functioneel geëngageerd Vlaming-zijn voor nieuwkomers. Functioneel, in die zin dat zij moeten in staat zijn om te gaan met andere Vlamingen zonder barrières én geëngageerd in die zin dat zij hun engagement Vlaming te willen zijn elke dag in praktijk brengen door deel te nemen aan het gemeenschapsleven mét en onder de Vlamingen.

De noodzakelijke minimale invulling van de etno-cultureel natie-idee zou zich voor mij mogen beperken tot het beheersen van de taal. Dat nieuwkomers eten wat ze willen, zich kleden zoals ze willen, geloven wat ze willen, de sporten doen die ze willen, de muziek maken die ze willen, dat alles maakt niet zoveel uit, maar een minimumvoorwaarde is dat nieuwkomer en autochtoon met elkaar kunnen communiceren in een gemeenschappelijke taal. Die gemeenschappelijke taal is de taal van het land waarin de nieuwkomer aangekomen is: het Nederlands. Wij moeten geen enkele schroom hebben om dit minimumpakket te eisen. Dit is geen nationalisme, gewoon gezond cultureel identiteitsbesef. Elke inspanning die de nieuwkomer daarboven wil leveren, is een persoonlijke keuze en wordt toegejuicht, maar meer hoeven wij als Vlamingen ook niet te eisen. Doen we dat wel, dan sluiten we meteen de mogelijkheid af van toetreding tot de natie door wilsuiting en plooien we ons terug op ons etno-centrisme waar we probeerden van weg te geraken.

We kunnen dus besluiten dat zowel de civiele natie-idee (Ik wil Vlaming zijn, dus ik ben er één) als de etno-culturele natie-idee (De kennis van taal, geschiedenis en gewoontes) in hun pure vormen niet bruikbaar en in sommige gevallen zelfs verwerpelijk zijn, maar dat een combinatie van beide zeer verdienstelijk kan zijn bij het begeleiden van het integratiepad van een nieuwkomer. De wil om Vlaming te worden moet gecombineerd worden met de inspanning om enkele etno-culturele componenten zich eigen te maken, waarvan de taal het minimum is, en de rest facultatief. Die inspanning wordt beloond door de aanvaarding van het resterend stuk eigenheid van de nieuwkomers in onze open, Vlaamse natie, die deze minderheidsgroepen in zich opneemt en er zich door laat beïnvloeden. Op deze manier evolueert de Vlaamse cultuur verder en verstart ze niet tot het idiomatische beeld van de knielende, biddende, blonde kinderen rond de veldkapel, folkloristisch waardevol, maar helaas passé.

In die zin treed ik de auteurs van dit pamflet in hun negende stelling volledig bij “Het samenbrengen van al die culturen kan soms vermoeiend en bedreigend lijken, maar het is wel dé toekomst én het biedt grote kansen tot menselijke verrijking.”. Alleen is het niet gezegd dat dit in een Vlaamse onafhankelijke republiek niet zou kunnen.

HLRF!

Smithson.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten